De tachtig jarige oorlog laat zich vooral kenmerken als een belegeringsoorlog.  Bij een langdurige belegering is het belangrijk dat je je kampement goed opbouwt, want als je pech hebt moet je er nogal een tijd wonen.

Het definiëren van het perfecte legerkamp was één van de vernieuwingen die de Nassause legerhervormingen trachtten te verwezenlijken. Met name prins Maurits was erg geïnteresseerd in een wiskundige benadering van het krijgsbedrijf. Het was dan ook in zijn opdracht dat de Wiskundige Simon Stevin “castramentatio dat is legermeting” schreef. Een verhandeling over het ideale legerkamp.  Daarin staat bijvoorbeeld  hoeveel tussenruimte er tussen de verschillende tenten moet, hoeveel ruimte een tent in neemt, waar de paarden staan, waar de wagens, de burgers, de officieren, kortom het ideale legerkamp.  Wij hebben onze soldaten onderkomens gebaseerd op de ruimte die Stevin voorschrijft voor één onderkomen, in combinatie met diverse afbeeldingen.  Ook proberen wij bij het opbouwen van ons kamp, zoveel mogelijk rekening te houden met de voorschriften van Stevin. Maar, net als destijds laat het terrein dat soms nauwelijks toe.

De manschappen onderkomens staan in twee  rechte rijen, strak tegen elkaar aan met daartussen een pad van   8 voet (ongeveer 2 meter). Volgens Stevin sliepen er per onderkomen twee soldaten. wat prima kan, maar veel leden van de compagnie te voet hebben liever wat meer ruimte, en hebben een onderkomen voor zichzelf.  Aan het hoofd van de twee rijen onderkomens staat de officierstent.  Verder is er een rek om de pieken tegen te plaatsen.  Op enige afstand achter het manschappengedeelte bevindt zich het burgergedeelte, Door Stevin samengevat als “markt”.  Ook hier is het volgens Stevin van belang dat er genoeg tussenruimte tussen de rijen burgertenten is dat er een wagen door kan.  Op deze markt werd van allerlei voedsel aangeboden, en mochten er kookvuren gemaakt worden. dit was verboden in het manschappengedeelte wegens brandgevaar. Er waren ambachtslieden, eettentjes, kroegen, bordelen en ander vermaak. Bij de compagnie te voet hebben we het bordeelgedeelte overgeslagen.

In je onderkomen, of, voor het kampgevolg, in je tent, slaap je op een strozak, onder één of meerdere wollen dekens.  Verder bewaar je daar al je (weinige) bezittingen. Iedere dag worden de militaire onderkomens geïnspecteerd door de sergeants.

Op de “markt” vind je onze kroeg d’Maegd met die meloenen”.  En het vuur, waarop gekookt wordt. En een aparte luifel waar het voedsel bereid wordt. Overdag wordt het eten geserveerd in de kroeg. Achter de kroeg staat het kampgevolg met diverse modellen tenten. Binnen de compagnie te voet zijn katoenen tenten niet toegestaan, en het model van de tent moet overeenkomen met tenten uit onze periode (1600/1630).  Er is achter de keuken een tent waarin alle voedsel wordt bewaard dat in moderne verpakking zit.  Op die manier liggen er dus nooit moderne zakjes blikjes enz. in het kamp.