Een compagnie bestaat voor één derde uit piekeniers. Dit zijn geharnaste soldaten bewapend met een vijf meter lange piek. Zij treden altijd op in een eenheid, en vormen zo een geducht wapen, met name tegen cavalerie, ter bescherming van de musketiers. Doordat de piekeniers als één moeten bewegen, het zogenaamde piekenblok, is het belangrijk dat zij dit veel oefenen. Een groot gedeelte van de dag wordt dan ook gevuld met exercitie. In het staatse leger waren de commando’s gestandaardiseerd. En ze zijn terug te vinden in het handboek  Wapenhandelinghe van Roers Musquetten ende Spiessen, van Jacob de Gheyn. Het is onder andere dit handboek wat wij gebruiken voor onze exercitie.

Omdat destijds de piekeniers allemaal geharnast waren, is het ook bij de Compagnie te voet verplicht om als piekenier minimaal een helm en een kuras met tassetten (dijplaten) te dragen. Tevens is het verplicht om een houwdegen te dragen als zogenaamd zijdgeweer. Dit geheel kan nog naar keuze worden aangevuld met gardebrassen (schouderstukken) en een linkerhanddolk.  De uitrusting is persoonlijk bezit, de piek echter is van de compagnie, en wordt uitgereikt.

Bezigheden van een piekenier

Patrouille.  Tijdens evenementen voor publiek is het de gewoonte om regelmatig op patrouille te gaan. Dit is dé gelegenheid om ons in volle glorie te tonen aan de bezoekers. Tijdens evenementen zonder publiek wordt er eveneens gepatrouilleerd, maar dit is vooral ter vergroting van de historische beleving.  Voorafgaand aan dit marcheren wordt het commando “omhangen” gegeven, waarbij je ongeveer tien minuten hebt om je kuras aan te trekken en je houwdegen om te gespen, en in het gelid te verschijnen met je piek.

Piekeniers op Patrouille

Wachtlopen. Bij de Compagnie te voet wordt er ’s nachts wachtgelopen.  Dit gebeurd door zowel piekeniers als musketiers.  Dit houd in dat je met z’n tweeën twee uur waakt over de compagnie, het kampement, en de wapens. Dit is voor de veiligheid, maar het is tevens een goede gelegenheid om elkaar goed te leren kennen.  En hoewel iedereen er een hekel aan heeft, draagt het wel bij aan de historische beleving. De sergeanten zijn om beurten wachtcommandant, en stellen het wachtrooster op. Om zich ervan te verzekeren dat de mannen hun taak naar behoren uitvoeren controleren zij  ’s nachts de wacht.

Werken. Binnen de Compagnie te voet wordt er inzet verwacht van de manschappen. Naast de gebruikelijke inzet in de gelederen, tijdens het exerceren en in het gevecht, is er vaak genoeg werk te doen. Soms zijn er evenementen waarbij graafwerk moet worden verricht, en anders is er bijna altijd wel werk in de keuken of de kroeg dat moet worden gedaan.

Niets. Soms echter heb je als piekenier vrije tijd. Dan kun je bijvoorbeeld een wandelingetje maken (altijd eerst afmelden bij de sergeant of luitenant). Je kunt een pijpje roken, een spelletje spelen met je maten, of een beetje slaap inhalen in je onderkomen.

Piekeniers niets doen